Meander * Eerder * Prozarecensies * Bokkenvla - Karel ten Haaf
 


Verzenfeest met dichtervrienden
Bert van Weenen bespreekt Mirabilia van Christine D'haen

In 1992 ontving Christine D'haen (*1923) de Prijs der Nederlandse Letteren. Haar jongste bundel Mirabilia geeft enigszins een indruk waarom.

Na twee inleidende gedichten ('Mol' en 'Zee') volgen vier series gedichten waarin Christine D'haen aspecten van haar visie op de wereld in dichterlijke taal verwoordt: 'De twaalf werken', 'Fabula mundus', 'Mirabilia' en 'De dichter'.

De reeks 'Fabula mundus' (De wereld is een fabel) vind ik zelf van al dat moois de mooiste. In twaalf "fabelachtige" gedichten schetst D'haen hier een complete denk- en gevoelswereld, waarin de Phoenix, de Eenhoorn, de Fee, het Spook, de Fata Morgana en de Kabouter gezamenlijk optreden naast religieuze fenomenen als de Engel, de Onbevlekte Ontvangenis, het Heilige Hart, de Communie, de Heilige en de Duivel. 'Hoe irreëel die droombeelden (fabeldieren, geesten, verschijningen) ook zijn, ze zijn onmisbaar omdat ze vorm geven aan de diepste verlangens van de mens,' constateert Paul Claes met recht in Poëziekrant van mei-juni 2004. Religie en verbeelding zijn ingebakken bij de mens en Christine D'haen doet daar in haar verzen iets goeds mee. Zoals in het gedicht over de Heilige, dat niet alleen een literaire maar ook een humoristische kijk geeft op het leven van iemand die heilig is verklaard:

Sanctus

Steek kaarsen aan, kniel, offer, smeek.
Mijn kleed is wit, mijn wang is bleek,
ik toon het Beeld van mijn bestaan.
Mijn Godgerichte wil is stil.
Ik werd een heilige, mijn oog
ziet al uw lijden van omhoog.
Verliest gij schaartje, schrijfpen, bril,
of voelt gij kiespijn, roep mij aan.

In de uit tien verzen bestaande reeks 'Mirabilia' waarvan ook de naam van de bundel is afgeleid staan abstracte zaken als waarheid, creativiteit, liefde, wijsheid en menselijkheid centraal. "Deugden" zou je kunnen zeggen, dat ook het onderwerp is van het tweede vers 'Virtus' (de titels zijn bij D'haen in het Latijn). Allemaal dingen die in een klassieke vorming van groot belang zijn.

Op dit punt zijn er zeker overeenkomsten aan te wijzen met de poëzie van Ida Gerhardt (1905-1997). D'haen wijkt alleen qua idioom en grammatica veel sterker af van het gewone taalgebruik dan Gerhardt, bij wie juist de meest alledaags klinkende verzen de meeste indruk maken. Toch kun je D'haens poëzie volgens mij niet experimenteel noemen. Cerebraal misschien wel, en dat bedoel ik positief.

Eerdere bundels van D'haen bevatten aantekeningen die een toelichting gaven op de inhoud van de gedichten; bij 'Mirabilia' is dit niet het geval. Wie echter een abonnement heeft op het prachtige dichterstijdschrift Poëziekrant, heeft de titelreeks al kunnen lezen in het januarinummer van 2002, mét commentaar van de dichteres zelf erbij. Als voorbeeld hieronder het tiende gedicht, waarmee de reeks besluit:

Carmen

Als hij met zich bevrijd van mij, van jou
(zo wit blauw, vol en hol) zich onderhoudt,
zich lip op lip en keel op keel aanschouwt,
ontvouwt zich tussen lippen klaar de ware
Narkissos' zang en tegenzang de hare.

[Toelichting D'haen:] 'Het gedicht (een bijzondere vorm van kunst). Het beeld is Narkissos. Het gedicht (de lyriek) zoekt het samenvallen met zichzelf, het bewustzijn samenvallend met zichzelf. Het verheft zich boven het individuele om zich als een absolute te zien. In de schilderkunst is dat structureren van kleuren en vormen, in de beeldhouwkunst structureren van vormen in de ruimte; de poëzie legt klank op klank, accent op accent etc. een variatie van het gelijke. De ware Narkissos' zang is een citaat van Rilke. Man en vrouw vormen in het gedicht één in verscheidenheid.'

N.B.: In de Querido-editie luidt de eerste regel ietsje anders, namelijk: 'Als hij met zich (bevrijd van mij, van jou)'.

D'haens poëzie leeft voor een groot deel van andere teksten. Bovenstaande verwijzing naar het werk van de beroemde Oostenrijkse dichter Rainer Maria Rilke aan wie trouwens ook het derde gedicht van de reeks 'De twaalf werken' is gewijd is daar slechts één voorbeeld van.

Legio namen uit de klassieke literatuur van schrijvers én personages passeren in de bundel Mirabilia de revue. Catullus, Rimbaud, Diana, Helena, Polonius, Proteus, Nausikaä, Joyce, Mallarmé, Nerval, Hermes, Hooft, Vondel, Donne, Huygens, Eva, Zeus, Hektor, Priamos, Herakles, Hyakinthos, Hera, Atlas, Arachne... Grieken, Romeinen, Joden, Fransen, Duitsers, Engelsen, Ieren, Nederlanders bij Christine D'haen kom je ze allemaal in kort bestek tegen. Veel van haar geestverwanten voert zij hier ten tonele, onder het motto: 'De prulpoëten, pest van deze tijd, vergaan / Als poeppapier, makrelen-pakpapier. Ik vier / Met dichtervrienden geestverrassend verzenfeest' ('Catullus').

Soms is het naar mijn gevoel wel een beetje dringen in deze poëtische cultuurgeschiedenis. Dat is dan een klein minpunt bij deze knappe, uiterst zorgvuldig geformuleerde gedichten, die mij de albumbladen van Jan Kuijper in herinnering brachten, met hun ultrakorte weergave van de wereld van collega-dichters. Dit is zeer compacte poëzie, met veel informatie per regel. Kunst op de vierkante centimeter.

Heel vitaal ook, en sprankelend, zoals in het slotgedicht 'Vita' (Leven):

Vita

Bloesems, bloemenwangen, baby, blos,
een dochter, zoon, mijn: schijn, zoet, bitter, zuur
en zout, die vier, maar talloos met textuur;
kleur met lijn oneindig; meng en scheid,
ontvouw, spreid, bal, creëer, fuseer en splijt;
vaarwel. Want langs de zenuw geest en woord,
elk instrument klank die geen oor meer hoort,
nooit zonder het getal weer baby, blos.

'Mirabilia' kan prima dienst doen als eerste kennismaking met D'haens werk. Wie na lezing van deze bundel de smaak te pakken heeft, kan vervolgens zijn of haar hart ophalen aan Christine D'haens verzamelde gedichten Miroirs, verschenen in 2002, 320 bladzijden dik. En is de leeshonger dan nog niet bevredigd, kijk dan naar de autobiografische verzamelbundel Uitgespaard zelfportret, waarmee uitgeverij Meulenhoff vorig jaar, ondanks alle organisatorische perikelen, goede sier maakte. 683 bladzijden verzameld proza, volgens dichter-criticus Tom van Deel 'ware essayistiek van de herinnering, waarbij het hoofd alles inzet dat het bevat' (Trouw, 27 november 2004).

Christine D'haen - Mirabilia
Querido, Amsterdam, 2004; 60 blz.; € 16,95
ISBN 90 214 5631 1




 
^