Meander * Eerder * Prozarecensies * Tentakels - Marian Fack
 
Proza Kort
door Elly Woltjes en Joop Leibbrand

De verhalenbundel Het kwade amen is het overtuigende debuut van Jan Wijnen (1943). De bundel bevat negen verhalen, waarvan er vijf eerder verschenen in Lyra, Bunker Hill, Hollands Maandblad, De Gids en Lava. Het zijn eigentijdse, realistische verhalen die voornamelijk gaan over min of meer gestoorde, soms zelfs regelrecht psychotische personages en waarin de voldongenheid van verlies een belangrijk thema is. Intelligent geschreven, heldere teksten die verraden dat de auteur een academische achtergrond moet hebben, goed is ingevoerd in de kunstwereld en terecht een meer dan gemiddelde belangstelling heeft voor de eeuwige vraagstukken rond geloof en erotiek. Misschien ook weet heeft van de 'zegeningen' van Koning Alcohol, want in twee verhalen staat een alcoholist(e) centraal.
In 'De dertiende was een donderdag' is dat een vrouwelijke arts, die wegens het onder invloed doodrijden van een kind gedetineerd is, maar de gelegenheid krijgt onder toezicht een begrafenis bij te wonen. De begeleider is een jonge Bosniër, een asielzoeker, voor wie eigenlijk zou moeten gelden niet het recht te hebben 'om gelukkig te zijn, als je vader vermoord is, je moeder verkracht, als je je land ontvlucht bent, omdat je er niet meer tegen kon. Tegen het doden. Tegen de kans gedood te worden.' Toch, al is het haast letterlijk de goden verzoeken en durft hij het nauwelijks toe te geven, is hij in zekere zin wél gelukkig en dit vermogen om nieuwe zin aan het leven te ontlenen, het weer te 'openen', contrasteert sterk met de gesloten wereld van de vrouw die niet aan haar schuld kan ontkomen: 'Er zou nooit meer een tijd komen dat ze geen kind had doodgereden.'
Een van de beste verhalen uit de bundel is 'Waarom heet dit schilderij Olivier', dat in feite gaat over de ondoorgrondelijke, verwrongen bron van de creativiteit. Hoofdpersone is een begaafde maar verwarde en contactgestoorde studente van een kunstacademie die zichzelf vragen stelt als 'Wanneer is eenzaamheid groter, bij eb of bij vloed?', 'Kun je eenzaamheid uitbeelden zonder eenzaam te zijn?', 'Kun je glas uitbeelden zonder zelf glas te zijn?' Nee, is het antwoord en daarom betaalt ze voor haar begaafdheid met 'een hoofd vol scherven'.
Als Wijnen meer in portefeuille heeft, moet Nijgh & Van Ditmar maar snel met een tweede bundel komen.
(J.L.)

Jan Wijnen - Het kwade amen
Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2004; 158 blz.; € 14,90
ISBN 90 388 8433 8

***

Hans van Hartevelt (1953), die in Leiden Boeddhistische wijsbegeerte en Tibetaanse taal-en letterkunde studeerde en verbonden is aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam, schreef met De kwelling zijn vierde roman. Eerder verschenen Op zijn Chinees (1997) en Depressie over Java (1999), min of meer anekdotische reportages over andere culturen en In passie verdronken (2002) beschrijft hij het leven van een lijdende individualist die een volstrekt monomane gerichtheid heeft op de muziek van Bach.
Voorafgaand aan de verschijning van De kwelling maakte de schrijver in enkele interviews duidelijk dat het verhaal over 'moord in eigen kring' gebaseerd is op de werkelijkheid: familielid thuis vermoord aangetroffen, dader en aanstichter allemaal goede bekenden van de schrijver. 'Wat ik wilde beschrijven,' verklaarde hij, 'was wat het betekent als zoiets verbijsterends in je eigen omgeving gebeurt, als zowel slachtoffer als aanstichter uit je eigen omgeving komt.'
Van Hartevelt kon gebruikmaken van zijn dagboeknotities, dus 'de feiten kloppen', maar om al te directe herkenning te voorkomen, is de hele setting van het verhaal verder gefingeerd en komt het boek de wereld in als een literaire thriller, met alle conventies van het genre: een fragmentarische opbouw met veel tijdwisselingen, het achterhouden van gegevens, het creëren van onzekerheden en het doen van suggestieve verdachtmakingen. Maar daar hij zich aan het al vastliggende scenario moest houden, ontbreekt echte spanning en juist omdat de werkelijkheid geen geweld aan gedaan mocht worden, bereikt het verhaal af en toe een hoge graad van onwaarschijnlijkheid en willen al die 'echte' mensen maar moeilijk tot leven komen. Hoewel Van Hartevelt zeker kan schrijven, is hij in zijn weergave van de politiële passages nogal onhandig en zeker in het begin van het boek schrijft hij geforceerd beeldend en expressief, op het opgewondene af.
Het boek is onderhoudend, maar met het voorhanden materiaal had er zonder die fictieve saus - en met een strengere redacteur! - meer in gezeten. Maar dan zou het wel het boek geworden zijn dat Van Hartevelt (nog) niet heeft willen schrijven.
(J.L.)

Hans van Hartevelt - De kwelling
In de Knipscheer, Haarlem, 2005; 224 blz.; € 15,75
ISBN 90 6265 569 6
www.hansvanhartevelt.nl

***

Met Bokkenvla, een pastorale, schreef Karel ten Haaf een verhaal dat begint als een idyllische plattelandsvertelling. In het gehucht Limbus komt journalist Perry Oostvogel aan bij het huisje van kunstenares Atelie Rezel om haar eindelijk na lang aandringen te kunnen interviewen. In het begin al wordt duidelijk dat er in Limbus iets niet helemaal klopt, want er is al meteen een man die iets gewelddadigs doet met een geit. Atelie blijkt niet thuis te zijn en als hij merkt dat de deur niet op slot is, besluit hij binnen te wachten en net te doen alsof hij thuis een glaasje wijn drinkt. Hij valt echter in slaap en wordt pas de volgende dag hij wakker. Hij vindt geen eten in huis maar geheimzinnige briefjes. Hij vindt ook een dagboek en een schetsboek met naaktportretten van Atelie en in de rest van het boek wisselen fragmenten uit dat dagboek zich af met fragmenten over Perry's verblijf in Limbus. Limbus wordt alleen door mannen bevolkt en hij maakt op zijn zoektocht naar Atelie kennis met Ludgaard en de andere bijzondere bewoners. Ludgaard brengt hem die eerste dag bokkenvla te eten, een plaatselijke papsoort die Perry nauwelijks door de keel krijgt. Atelie blijft onvindbaar en het verhaal ontpopt zich als een fantastische vertelling die af en toe hilarisch aan doet en waarin seks een hoofdrol speelt.
Het boek is een zoektocht naar goed en kwaad, naar de houdbaarheid van eeuwige waarden en normen naar de gevolgen van zich klakkeloos aanpassen en over de functie van pornografie.
Naast het gewone verhaal zijn er de overpeinzingen uit het dagboek van Atelie en de mijmeringen van Perry over liefde, verliefdheid en het verschil daartussen. Ook herinneringen van Perry over (seksuele) relaties spelen een rol. Zo wordt mooi beschreven hoe de ontmoeting met zijn knappe benedenbuurvrouw Irmgard verloopt en juist daar wordt het verhaal fantasierijk, wanneer de ontmoeting eindigt in een bokkenwagen. Enfin, de lezer moet zelf maar ervaren wat het is om in de groteske wereld van Karel ten Haaf te vertoeven.
Karel ten Haaf (Bloemendaal, 1962) schreef dit als derde roman. In het najaar van 2005 moet het nog te schrijven Stinkende Heelmeesters verschijnen, waarvoor ieder die dat aantrekkelijk lijkt zich bij de schrijver kan opgeven om tegen betaling in deze roman te figureren. Dat wordt dringen!
(E.W.)

Karel ten Haaf - Bokkenvla
Passage, Groningen, 2004; 112 blz.; € 13,50
ISBN 9054521228

***

Soms kan een recensent auteur en uitgever geen betere dienst bewijzen dan een boek dood te zwijgen. Maar ja.... De maffiaroman Tentakels , het debuut van Marian Fack (1959), begint zo: 'Toen hij die maandagmorgen in het hotel La Riserva te Rome toekwam, haastte George Furlan zich om de documenten voor zijn verblijf in te vullen. Met vlugge stappen liep hij naar de kamer nummer 210 op de tweede verdieping. Hij verwittigde de receptioniste uitdrukkelijk dat alle binnenkomende telefoons moesten worden genoteerd of doorgeschakeld naar zijn gsm.' Vervolgens wordt beschreven hoe deze George 'er over twee jaar' bij zijn baas op had aangedrongen de buitenlandse contacten te mogen verzorgen en hoe hij er via een hoertje in was geslaagd de juiste maffiabazen te ontmoeten. 'Eén van de leiders [...] had hem vervolgens grondig uitgelegd hoe belangrijk de discretie was in hun beroep. Tenslotte werd hem een document onder de neus geduwd met het reglement van de clan, die hij vriendelijk verzocht werd te ondertekenen.' Wat hij graag doet, want 'met zijn veeleisende vrouw en twee kinderen leek er precies nog nooit genoeg geld.' Het staat er allemaal echt, en het houdt niet op...
Fack studeerde Moderne Talen aan het St. Jozefinstituut te Brugge en werkte als secretaresse in het A.Z. te Knokke, maar bij het schrijven van dit boek is er iets grondig misgegaan. Aperte taalfouten, kromme zinnen, het ene ongelukkige cliché na het andere, het is onbeholpenheid troef, ook in de bordkartonnen verhaallijn waarin alles wordt uitgelegd en verklaard, tot aan het meest onbenullige toe.
'Toen hij aan zijn appartement kwam voelde hij gewoon dat er iets mis was', staat er op een gegeven moment. De lezer wist dat al na de eerste zin.
(J.L.)

Marian Fack - Tentakels
Zuid & Noord vzw, Beringen, 2004; 190 blz., € 18,-
ISBN 90 5684 07 70
In de boekhandel of via Xpatmarian3@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)

***

Van oudsher is de gedachte wijdverbreid dat de beste uitkomst van een oorlog de overwinning is. Toch zijn de voordelen van de nederlaag talrijk. Als Japan en Duitsland de Tweede Wereldoorlog gewonnen hadden zouden ze in de periode daarna nooit zo succesvol zijn geweest. De joden zijn al bijna tweeduizend jaar de verslagenen bij uitstek, maar hun oorspronkelijke overwinnaars (Egyptenaren, Babyloniërs, Romeinen) zijn allemaal van de politieke kaart geveegd. Kennelijk berust de superioriteit van de overwinning op een ernstig misverstand...Altijd krabbelde de verliezer na een oorlog eerder op dan de overwinnaar, de ware macht blijkt uiteindelijk steevast in handen te komen van de onderworpenen.
Journalist Shimon Tzabar (Tel Aviv, 1926), in zijn jeugd actief lid van terroristengroeperingen die de Britten bevochten in het vooroorlogs Palestina, maar al lang woonachtig in Londen, biedt met zijn Het Wittevlagprincipe een leerboek voor het realiseren van nederlagen en overgaven. Hij brengt overtuigende argumenten bijeen voor zijn stelling dat je een oorlog alleen maar kunt winnen door hem te verliezen. Even vermakelijke als erudiet, historisch grondig en opmerkelijk overtuigend in de omkering. En hij laat het niet bij beweringen: Het Wittevlagprincipe behelst tevens een tien-stappenprogramma voor wie het gevaar van een overwinning ziet aankomen. Voer een slecht buitenlands beleid, ruïneer de eigen economie, zaai tweedracht in de samenleving... Wie in de wereld van vandaag rondkijkt ziet heel wat nederlagen pardon 'overwinningen' aankomen!
Een eerste editie publiceerde Tzabar in 1974. Voor de nieuwe editie van dit paradoxale, machiavellistische boek verwerkte hij ook alle grote recente oorlogsconflicten. Zelden zo'n cynisch en tegelijkertijd zo'n vrolijk, soms haast slapstickachtig boek gelezen. Jammer dus dat de vraag of de superioriteit van de nederlaag zich tot alle vormen van menselijk conflict uitstrekt, buiten het bestek van het boek valt.
(J.L.)

Shimon Tzabar - Het wittevlagprincipe
Podium, Amsterdam 2004; 192 blz.; € 16,-
ISBN 90 5759 208 8




 
^