Meander * Eerder * Prozarecensies * Ontluisd verleden - H.C. ten Berge
 
H.C. ten Berge – Ontluisd verleden
Weer geen bestseller voor Ten Berge
door Bert van Weenen

Hoewel de dichter H.C. ten Berge een tijdje geleden in een interview riep nooit meer een roman te zullen schrijven omdat toch niemand zijn werk leest, is er nu toch weer een boek met proza van hem verschenen. Onder de titel Ontluisd verleden bracht Ten Berge een vijftal biografische verhalen samen die hij door middel van alter ego M in een fictioneel kader plaatst.

Eigenlijk had ik van deze zeer ervaren dichter een pittiger boek verwacht; ondanks de soepele stijl is Ontluisd verleden namelijk nergens spectaculair of meeslepend. H.C. ten Berge werkt alles netjes af met boekhoudkundige precisie, opsommerig en droog, zodat het bijna saai wordt. De personages zijn kleurrijk genoeg. En wie belangstelling heeft voor Engelstalige literatuur, kan in deze novellenbundel bladzijden achtereen meeleven met auteurs als Lawrence Durrell, Earle Birney, Ford Maddox Ford en Jean Rhys. De laatste twee komen in het verhaal terecht door hun relatie met de Nederlandse schrijver-journalist Ed. de Nève (pseudoniem van Jean Lenglet), wiens avonturen een substantieel onderdeel vormen van Ten Berges nieuwste boek. In 1989 verscheen een biografie over deze De Nève, geschreven door Emile van der Wilk.

Het afsluitende verhaal 'Folmer verdwijnt' – over een man in zijn nadagen, met een afkeer van het heden – is het beste van de hele bundel. Het lijkt op een toegift bij de vier andere novellen, die zijn gerangschikt onder de kop Ontluisd verleden. Dit verhaal is sfeervol en concreet. Hier is Ten Berge poëtisch in plaats van biografisch; lees bijvoorbeeld de fraaie strandervaring op blz. 168.

Toch zal deze verhalencarrousel met reconstructies van een handvol levens uit de periode 1900-1950 het grote publiek waarschijnlijk niet aanspreken, want daarvoor is Ontluisd verleden regelmatig te essayistisch, te 'geleerd'. Michel de Montaigne, de vader van het moderne essay, wordt in het begin van het boek, op bladzijde 56, zelfs met name genoemd. Ook E. du Perron komt voorbij. Het enige wat nog ontbreekt, zijn een namenregister en een lijst met alle geraadpleegde bronnen.

En wat moet je nu als lezer met de cultuurkritische tirades waarop Ten Berge ons her en der in deze verhalen trakteert, zonder dat deze uitbarstingen die verhalen zelf een extra impuls geven? Al die snerpende kritiek op Zeedorp (het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen) en het literaire klimaat in Nederland gaat al snel vervelen, moet ik zeggen. Een citaat (blz. 88):

Zeedorp was niet smoezelig, maar steriel geworden. Het was mentaal en materieel veranderd, en behoorde nu tot de ontzielde dorpen waar geld de hoofdzaak was en de kunst voornamelijk diende om toeristische belangen te behartigen.


In de literatuur moet vooral het platvloerse anekdotisme het ontgelden. Hierbij geeft de schrijver overigens geen voorbeelden, zodat van een echte polemiek geen sprake is. De grote polemist Du Perron had dat vast heel anders gedaan.

Tegenover dit alles plaatst Ten Berge zijn utopie van een 'geestelijke aristocratie' (blz. 27). Wij moeten, zo stelt hij, nou eens een keer niet vies zijn van intellectueel werk en leren om het hoogste na te streven in de kunst, desnoods in een zelfgezocht isolement. Maar helaas, omdat dit meestal niet lukt, overheerst somberheid. Een heel enkele keer wordt deze sombere levensvisie gerelativeerd, bijvoorbeeld als M bedenkt dat het beeld van vroeger waarmee hij het huidige Zeedorp vergelijkt, misschien niet voor 100 procent betrouwbaar is (blz. 116).

Als M aan zijn vroegere leven in Zeedorp dacht, besefte hij dat het bijna niets feitelijks meer had. Het was verschoten en verkleurd, niet door leugens maar door slijtage van herinnerde en ooit zo helder waargenomen beelden. Voeg daar een moeilijk te beteugelen verbeeldingsdrang aan toe en de mythologisering is in gang gezet.


Via zijn alter ego M geeft Ten Berge zich rekenschap met het resultaat van het eigen literaire werk (zie bijvoorbeeld de passage op blz. 108-110). Maar net als indertijd Ida Gerhardt deed, klaagt hij voortdurend over het uitblijven van succes (bestsellers), terwijl hij nota bene wel de P.C. Hooftprijs 2006 kreeg toegekend. Die wrange toon van verongelijktheid stoot af en de angst van M voor spirituele uitdroging als gevolg van het verlies van geestverwanten (blz. 112) lijkt me toch enigszins buiten de normale proporties.

H.C. ten Berge blijft in de Nederlandse literatuur met name belangrijk vanwege twee zaken: zijn introductie van onbekende exotische poëzie en zijn redactiewerk (van 1967-1980) voor het literaire tijdschrift Raster. Ten Berges prozawerk staat onvermijdelijk in de schaduw van deze twee terecht bekroonde prestaties.

H.C. ten Berge - Ontluisd verleden
Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2006; 180 blz.; € 14,95
ISBN 90 253 0327 7

 
^