Meander * Eerder * Schrijvers * Judith Eiselin
 

Interview met Judith Eiselin
Seks als grensmarkering
door Jeroen Dera

Judith Eiselin is vooral bekend als schrijfster van jeugdboeken, maar werkt momenteel aan een roman voor volwassenen. Een gedeelte daarvan publiceert zij nu in Meander. Jeroen Dera greep de gelegenheid aan om haar flink aan de tand te voelen over het verschijnsel jeugdliteratuur en de relatie ervan tot literatuur voor volwassenen. In hoeverre bestaat het onderscheid nog?

Judith Eiselin verwierf nationale bekendheid met haar jeugdboeken, waaronder De ogen van Jesleia en De 1001 geheimen van Eva Zout. Dat zij schrijver wilde worden, wist ze al voordat ze aan haar studie Nederlands begon: 'Ik ging Nederlands studeren omdát ik schrijver wilde worden. Ik ben er nog om uitgelachen tijdens het voorstelrondje bij het eerste college. Er wordt altijd gezegd dat je vooral geen Nederlands moet gaan studeren als je schrijver wilt worden. Dit lijkt me overtrokken. Hoewel het wel waar is dat ik me een tijd lang nogal uit het veld geslagen voelde, omdat ik het idee kreeg dat er een geheel uitgekristalliseerde levensvisie en, vooral, een daarmee samengaande literatuuropvatting aan het schrijven ten grondslag zou moeten liggen. Het duurde even voordat ik erachter kwam dat dit soort zaken nu juist 'opdoemt' als je schrijft.'

Eigen stem
Die literatuuropvatting verwoordt Eiselin duidelijk in een verhandeling over het onderscheid tussen jeugdliteratuur en 'de' literatuur, waartegen zij zich verzet: 'Natuurlijk maakt de jeugdliteratuur deel uit van de literatuur. Niet álle kinderboeken zijn literatuur, net zomin als alle boeken die er voor volwassenen verschijnen dat zijn. Er is kaf onder het koren, kinderboeken die niet veel meer zijn dan een invuloefening: u vraagt, wij draaien. Daar staat tegenover dat er boeken voor kinderen en jongeren verschijnen die, met gebruikmaking van technieken en stijlelementen die ook in goede romans voor volwassenen opduiken, een unieke eigen stem doen klinken. Een genre kiest een auteur, meer dan andersom, geloof ik. Het onderscheid tussen literatuur voor volwassenen en voor kinderen is artificieel. Biegel was Biegel, voor welk publiek ook, Schmidt was Schmidt, Tellegen is Tellegen, Van Leeuwen Van Leeuwen. Het gaat om de stém, niet om de doelgroep. Een auteur die heel nadrukkelijk vertrekt vanuit zijn idee van de doelgroep, faalt volgens mij al gauw. Omdat het líegen wordt. De kinderboekenschrijver die gaat zitten en denkt: gunst, kijk aan, wat vinden kinderen leuk, kletst. 'Kinderen' vinden niet iets leuk, met zijn allen. 'Kinderen' bestaan niet. Zonder inmenging van je eigen persoonlijkheid wordt het niets.'

Adaptatie
Toch moeten een kinderboekenschrijver rekening houden met de leeftijd van zijn publiek. Daarvan toont Eiselin zich bewust: 'Ik ben het eens met Sjoerd Kuyper, die eens stelde dat je je metaforen en vergelijkingen met zorg moet kiezen, uitgaande van de kennis van je lezerspubliek. "Iets wits in een boek voor zesjarigen is niet wit als een uitgerukte oogbal in een glas jenever," zei hij, "je kunt bijvoorbeeld beter kiezen voor zo wit als suiker en zout dooreen op een wit tafelkleed." Een schrijver moet zich naar mijn idee altijd bewust zijn van de vragen en de verwachting die zijn tekst bij de lezer oproept. Een goed auteur speelt daarmee, haakt erop in, stelt antwoorden uit of doet een handreiking. Ik doe mijn best om niet buiten de beleving van mijn lezers te treden, niet al te ver tenminste, al breng ik liefst iets nieuws, iets extra's. Wat 'moeilijke woorden' betreft, of beelden die niet direct te bevatten zijn, hanteer ik de volgende stelregel: als uit de context op te maken is wat een en ander betekent, is het goed. Je hoeft niet op je hurken te gaan zitten, je werpt als het ware lijntjes uit, opdat de lezer ze vast kan grijpen (en als de lezer iets niet helemaal begrijpt, hoeft dat helemaal niet erg te zijn). En verder heb ik niet de pretentie te schrijven voor álle kinderen. Het stoort me ook dat dit van kinderboekenauteurs verwacht lijkt te worden. Als ik Marie bereik en Peter niet, of andersom, is dat prima. Niet alle kinderboeken die voor een bepaalde leeftijdsgroep worden uitgegeven zijn voor alle kinderen uit die leeftijdsgroep geschikt. Precies zo werkt het tenslotte in de literatuur voor volwassenen. Kinderen zijn ménsen, met een eigen smaak en eigen voorkeuren. Als je iedereen wilt behagen, is de kans groot dat je proza (of poëzie) flets en voorspelbaar wordt. 'Volgens het boekje', in je boekje. Daar ben ik niet op uit.'

Kinderboekjes
Waar is Eiselin dan wel op uit? Haar poëtica omschrijft zij als volgt: 'Een goed boek is een portret van een of meerdere individuen die een ontwikkeling doormaken. Die ontwikkeling kan op diverse manieren in gang worden gezet. Ik vind het belangrijk dat het ook een interne ontwikkeling is; ook in een avonturenroman of een thriller. Ik houd niet van 'ik stond erbij en ik keek ernaar'-boeken, dat geldt dan zowel voor de personages als voor de lezer. Een goed boek is het product van een unieke stem, een stem die nazindert, die beklijft in de geest van de lezer. En er moet lucht in zitten, een zekere vrijheid, humor. Een boek zonder humor en ironie vind ik al gauw bombast.'
In deze omschrijving van goede boeken maakt Eiselin geen onderscheid tussen jeugd- en volwassenenboeken. Haar statement dat er geen verschil is, wordt echter niet door iedereen onderschreven, zo heeft zij aan den lijve ervaren: 'Tijdens mijn studie liep ik af en toe op tegen een medestudent die zei: "En Judith, nog steeds bezig met de kinderboekjes?" Die houding kom ik nog wel eens tegen als ik vertel dat ik voor kinderen schrijf. Ook was er bij mij op de krant ik ben jarenlang kinderboekenrecensent geweest bij de NRC eens een medecriticus die in haar stuk een mislukte roman meende te moeten karakteriseren als een kinderboek. Zo van: dit is zo slecht, dús is het niets meer dan een kinderboek. Een krankzinnige vergelijking. Overigens bond ze direct in toen ik haar erop aansprak, ze gaf toe dat het een luie redenering was die geen hout sneed.'

Aardige volwassenen
Eiselin veegt ook de vloer aan met het veronderstelde 'subversieve' karakter van jeugdliteratuur: via de kinderblik zou in jeugdboeken de volwassenenwereld gekritiseerd worden. Zij stelt: 'Ik vind dat dikwijls obligaat, een truukje, een maniertje. De werelden van kinderen en van volwassenen staan in mijn optiek helemaal niet zo diametraal tegenover elkaar. De emoties van het individu, van welke leeftijd dan ook, verschillen niet zoveel. Mijn debuut De ogen van Jesleia is wél te lezen als een kritiek op de wereld van de mediahypes en de televisie. Veel mensen denken dat tv een direct communicatiemiddel is, waarbij de kijker en het getoonde 'samengaan', in elkaar overvloeien. De manipulatie waaraan de tv-kijker wordt blootgesteld, springt ironisch genoeg minder in het oog dan de manipulatie van de toeschouwer bij andere kunstvormen. Dit geldt mijns inziens alweer voor álle leeftijden, voor kinderen zo goed als voor volwassenen.'
Deze gelijkstelling van kinderen en volwassenen wordt Eiselin niet altijd in dank afgenomen: 'Af en toe krijg ik kritiek dat er te aardige volwassenen in mijn boeken zouden zitten. Dit vind ik onzin. Ik kom al sinds ik besta aardige en onaardige mensen tegen, volwassenen zo goed als kinderen. Waarom zou ik van alle volwassenen in mijn boeken een karikatuur moeten maken, doorslaand naar het negatieve? Daar voel ik niet voor. Ik zou liegen als ik het bestaan van bijvoorbeeld goede meesters zou ontkennen; ik heb ze zelf ontmoet. Wat (de typering van) volwassenen én kinderen in mijn boeken betreft, is Guus Kuijer een groot voorbeeld voor me. In zijn boeken zijn mensen van alle leeftijden menselijk: niet helemaal goed, niet helemaal slecht. Het zijn individuen.'

Onbewoond eiland
Kuijer is niet Eiselins enige literaire voorbeeld. Als zij zelf op een onbewoond eiland zou belanden, zoals haar personages in De ogen van Jesleia, nam Eiselin een drietal boeken mee hoewel ze er liefst meer zou kiezen. 'Ik zou kiezen voor De gebroeders Leeuwenhart, van Astrid Lindgren. Omdat het een veelomvattend boek is waar je eindeloos op door kunt denken, een boek dat avontuurlijk en uitdagend is op alle niveaus, zowel in de psychologie als in de handeling. Als tweede koos ik Vadertje Langbeen, van Jean Webster. Omdat het zo ontzettend lééft, dit boek, deze stem. Omdat ik zo houd van de hoofdpersoon met haar hoofd vol invallen en associaties. Ze ziet wat er niet is, beter dan wat er wel is: het eind (de ontdekking van wie Vadertje Langbeen is) blijft me ontroeren. En het is een ontzettend grappig boek. Als derde koos ik voor Winterijs, van Peter van Gestel. Alweer: vanwege de unieke, levendige vertelstem. Een boek dat een wereld op zichzelf is, al is het dan gelinkt aan de 'echte'. Omdat Van Gestel een auteur is die zijn lezer alle mogelijke ruimte biedt, omdat hij niet alles voor je in zit te kleuren. Omdat het boek me elke keer weer meevoert, verleidt, ontroert, me aan het denken én aan het lachen maakt.'

Studententijd
Hoewel Eiselin haar personages beschrijft als 'overgevoelig', legt ze veel van zichzelf in haar geestelijke scheppingen: 'Natuurlijk, af en toe sluipt er een sterk zelfportret in. Slecht in gymnastiek, goed in leren en verzinnen... Zulke personages liggen het meest voor de hand, in mijn geval. Daar voel ik me het veiligst bij, vandaar dat de hoofdpersonen van met name mijn eerste twee boeken zich zo laten definiëren.'
Geheel autobiografisch wordt het echter nooit: 'Schrijven is leren. Leren om onder andere het lef te hebben een ander te verzinnen, te zijn.' Dat geldt ook voor het schrijven van boeken voor volwassenen, een project waarmee Eiselin zich momenteel voor Nijgh en Van Ditmar bezighoudt en dat nu resulteert in een publicatie in Meander. 'Mijn aanpak bij het schrijven van een roman is niet anders dan wanneer ik een jeugdboek schrijf. De roman die ik wil maken is voor een deel autobiografisch, stoelt op een herinnering uit mijn studententijd. Doordat het verhaal dat ik wil vertellen zich in het studentenmilieu afspeelt, en de personages rond de negentien jaar zijn of iets ouder, wordt het een roman en geen kinderboek. Voor de rest is er weinig verschil, behalve dan dat ze aan seks doen. En het natuurlijk over andere dingen hebben, onderling. In stijl of aanpak maakt het denk ik niet veel uit, al kan ik me meer moeilijke woorden en constructies veroorloven, natuurlijk. Ik heb veel verhalen te vertellen en dit is er één van: wie het beoogd lezerspubliek is, wijst zich dus vanzelf. Van het een komt het ander.'

Uitgeluld
De roman is niet het enige wat Eiselin momenteel drijft. '15 december verscheen mijn nieuwe boek Hij & Ik, een jeugdnovelle in opdracht van de jeugdkrant Kidsweek. Verder ga ik samen met illustrator Martijn van der Linden geestverwant en een bijzonder vaardig en humoristisch tekenaar een tweede boekje maken, na ons gezamenlijke eerste leesboekje Knijn. Het wordt een sinterklaasverhaal. Ook werk ik in opdracht van uitgeverij Zwijsen aan een boekje met als thema 'poëzie', dat verschijnt in de kinderboekenweek 2008. Met Daan Remmerts de Vries ga ik ons feuilleton 'Klifhanger' dat in NRC Handelsblad heeft gestaan op de Kinderpagina in het afgelopen jaar, trachten te bewerken tot een boek. Ik wil een nieuw kinderboek maken voor Querido. Na het meer realistische boek Het raadsel van groep 6 zal dit weer meer een avonturenroman worden, denk ik. Ik zal af en toe een bijdrage leveren voor de NRC... Plannen te over! Ik ben nog lang niet uitgeluld!


naar het proza van Judith Eiselin


[gepubliceerd: 15 december 2007]
 
^    >