Meander * Eerder * Schrijvers * Philip Hoorne
 
Interview met Philip Hoorne
'Humor is een raar ding'
door David Troch

Een blinde criticus zou kunnen beweren dat Het vlees is haar, het prozadebuut van Philip Hoorne, niet meer is dan een samenraapsel van verhalen. Toch loopt er een rode draad door het boek: alle verhalen zijn tragisch-hilarisch. David Troch vroeg deze Vlaming aan de tand over zijn debuut. Het werd een gesprek over bullshitverhalen, Brusselmans en de onzinnigheid van wielrennen.

In de verhalen uit Het vlees is haar dolt Hoorne graag met zijn personages. 'In bepaalde verhalen noem ik het hoofdpersonage gewoon Philip Hoorne. Ik wil de confrontatie met de lezer zo direct mogelijk. Ik moest er wel mee oppassen dat ik de vader van Philip Hoorne, bij manier van spreken, niet nu eens een bakker en dan weer een slager liet zijn, maar aan de andere kant is dat ook weer zo erg niet. De lezer weet dat Philip Hoorne een personage is dat in verschillende rollen kan opgevoerd worden, en zo ook zijn entourage. Vergelijk het voor mijn part met bepaalde figuren in The Simpsons, bijvoorbeeld Gil of de puistenjongen: ze hebben één gezicht, maar duiken op in allerhande functies.'

Weinig kans op publicatie
Hoornes prozadebuut verscheen bij de onbekende uitgeverij Liverse. Toch wat vreemd voor iemand die zijn poëziedebuut onder de vleugels van Gerrit Komrij uitgaf. 'Het vlees is haar is geschreven in een literaire stijl die weinig kans maakt op publicatie,' licht Hoorne toe. 'Zeker in het bekrompen Vlaanderen zit niemand te wachten op een hilarisch boek waarin zowat ieder heilig huisje een al dan niet gemeende stomp krijgt. Ik kende uitgever Henk Verweerd van een eerder contact. Het manuscript beviel hem zeer. Ik weet ook wel dat bij een kleine uitgeverij de promotie- en distributiemogelijkheden navenant zijn. Maar hoe dan ook ben ik trots op dit boek. De reacties die ik kreeg waren positief.'

Herman Brusselmans
Op de website van Liverse wordt Philip Hoorne de nieuwe Herman Brusselmans genoemd en ook in recensies wordt zijn stijl meermaals met die van hem vergeleken. 'Die quote op de site komt uit een recensie. Ik zou mezelf, uit respect voor de echte, nooit de nieuwe Brusselmans noemen en evenmin tolereren dat mijn uitgever het doet. Anderen moeten dat maar zeggen of schrijven - ik werd trouwens ook al vergeleken met Dimitri Verhulst. Herman Brusselmans is een fantastische schrijver, een geweldige stilist. Wij hebben hetzelfde gevoel voor humor en ik vermoed een verwantschap wat betreft visie op mens en wereld, denkpatronen, karaktereigenschappen. Maar ik ben geen Brusselmans-kloon. Het zou dom zijn hem te willen na-apen, want in dat geval kan ik alleen maar falen,' zegt Hoorne.

Ingmar Heytze
Zijn prozadebuut stelde Hoorne twee keer voor: eenmaal in een uithoek van West-Vlaanderen, eenmaal in Utrecht samen met Ingmar Heytze. 'Ik stel elk nieuw boek voor in mijn woonplaats Wevelgem,' vertelt Hoorne. 'Die Nederlandse presentatie kwam er nadat Ingmar Heytze me had voorgesteld om een dubbelpresentatie te houden in Utrecht, want op hetzelfde moment als Het vlees is haar verscheen de pocketeditie van zijn verzamelbundel Alle goeds. Als Brusselmans een geestesverwant is, dan is Ingmar Heytze dat ook. Ingmar is niet alleen een begenadigd dichter-schrijver, hij durft ook kritische vragen stellen over literatuur en de perceptie ervan. Onlangs reageerde hij op het feit dat Twee piepjes van F. van Dixhoorn in Nederland door zowat het halve recensentendom tot beste bundel van 2007 werd verkozen. Al die recensenten praten elkaar na, dat bedoelt hij eigenlijk, en ik denk dat het waar is. Bij het vormen van een oordeel durft niemand nog van nul te vertrekken. Als recensent voor verschillende bladen doe ik niet mee aan die na-aperij. Ik vind trouwens dat een recensie een literaire tekst is, die vooral sprankelend geschreven moet zijn; de geformuleerde mening is ondergeschikt. Een mening formuleren kan iedereen, sprankelend schrijven kunnen slechts weinigen.'

Recensies
Op zijn weblog philiphoorne.skynetblogs.be legt Hoorne links naar de recensies die over Het vlees is haar verschenen. 'Ik heb die recensies onlangs op mijn blog gezet, omdat het op één na heel positieve recensies zijn, en omdat ik vind dat ik mezelf te weinig verkoop en die besprekingen dus best onder het voetlicht mag brengen. Ik grasduin er niet meer in op zoek naar wat mij bevalt en wat mij minder bevalt Wat betreft Poëzierapport, waar dichtbundels worden gerecenseerd, ben ik tevreden over de kwaliteit en integriteit die mijn medewerkers brengen, want ikzelf ben vooral beheerder, redacteur en manusje-van-alles van de site. Ook al is er op dit moment niet echt nood aan een uitbreiding van de redactie, schrijftalenten mogen zich altijd melden, ik zou niet graag Brusselmans III mislopen (grijns).'

Bullshitverhalen
Proza of poëzie schrijven, voor Hoorne betekent dat verschillende manieren van werken. 'Wat proza betreft, weet ik dat ik moet schrijven zoals ik dat wil en het beste kan. En dat is verdergaan met, wat ik noem, de 'bullshitverhalen' zoals in Het vlees is haar. Die verhalen hebben meer dan twee jaar gerust. Toen ik ze opnieuw ter hand nam, zat ik na een poosje alweer te giechelen als een schoolmeisje. Het vlees is haar is een onweerstaanbaar grappig boek. En 'onweerstaanbaar grappig' is automatisch synoniem voor 'goedgeschreven'. Dat anderen dat ook vinden, blijkt uit die recensies. Maar humor is een raar ding. Ik kan me voorstellen dat sommigen niet om dit soort van literaire flauwekul kunnen lachen. Ieder zijn meug.
Wat mijn poëzie betreft, stond ik na Het ei in mezelf op een tweesprong. Ofwel ging ik in mijn vierde bundel nog een stap verder in de gekte en werd ik een soort veredelde light verse-dichter, ofwel maakte ik rechtsomkeert in de richting van Niets met jou. In mijn volgende bundel probeer ik alvast het beste van beide werelden met elkaar te verzoenen. Dat weet ik nu al, want die bundel krijgt stilaan vorm.'

Wielrennen
Hoorne schrijft voor het wielertijdschrift De Muur en sinds kort voor de recent opgerichte Vlaamse tegenhanger, Het Buitenblad. 'Ik ben gefascineerd door iedereen en alles wat een middelvinger opsteekt naar de ernst van het leven. Mannen (of vrouwen) die om het snelst van punt A naar punt B fietsen, da's toch schitterend onbeduidend. En daar heeft zich dus een hele cultus rond gevormd, rond iets wat eigenlijk een spelletje is: hard op de trappers duwen. Die renners leven in hun eigen minimaatschappij en het publiek is dol op dat brood en die spelen. Anderzijds ben ik ook van mening dat wie het spelletje saboteert, door bijvoorbeeld doping te nemen, er onverbiddelijk uit moet. Wat in de atletiekwereld is geschied met Marion Jones, namelijk dat ze in alle erelijsten werd gewist en haar medailles moest inleveren, juich ik alleen maar toe. Spelletjes zijn niet om te lachen.'

Humo
Zoals hij in zijn verhalen wel eens plots op een zijspoor belandt, dwaalt Hoorne enigszins af als ik hem vraag welke romans de meeste indruk op hem hebben gemaakt. 'Ik voel mij niet bevoegd om mijn lijstje te leveren voor de literatuurcanon, zoals mij onlangs werd gevraagd. Ik houd van het speelse, het overzichtelijke en het sensationele van lijstjes, maar lijstjes zijn ook veel te categoriek. Ik heb in mijn leven veel gelezen, maar nog veel meer niet gelezen. Als je dan toch titels wil: als jongere was ik onder de indruk van Ik, Jan Cremer. Ook De geverfde vogel van Jerzy Kosinsky is mij bijgebleven als een speciaal boek. Op zekere dag ontdekte ik Maarten 't Hart, een rasverteller. Ik houd van stijlschrijvers, meestal one trick pony's die hun kunstje tot in de perfectie beheersen: Brusselmans, Kees van Kooten, de columns van Koen Meulenaere en Jan Mulder… lichtverteerbaar maar stilistisch hoogwaardig werk… doch vergis je niet, dingen kunnen mij ook te licht zijn. Als ik dat lacherig toontje hoor in televisieprogramma's als De laatste show, De slimste mens ter wereld… om de tien seconden een gniffel, om gek van te worden. Die wederzijdse schouderklopjes tussen Humo en Woestijnvis, da's toch om je dood te ergeren. Woestijnvis heeft schitterende programma's gemaakt, Het geslacht De Pauw vind ik van het beste wat ooit op tv is vertoond, maar dat de winnaar van De slimste mens een item is in het VRT-journaal, gaat mijn petje te boven, want De slimste mens is gewoon een slecht format. Het wordt de kijkers via allerlei media in de strot geramd dat ze moeten kijken, en je moet al van goeden huize komen om dat soort van indoctrinatie te weerstaan. Mensen zeggen dan: elke tv heeft een meegeleverde zapper en een aan- en uitknop, maar dat is hetzelfde als zeggen dat je de rolluiken moet neerlaten als je door het raam ziet dat buiten iemand wordt vermoord.'

Quantité negligeable
'We leven in een mediamaatschappij en iedereen mag over die media zijn zegje doen, ook zij die geen tv kijken of geen kranten lezen. Kijk, tijdens mijn studies moest ik van mijn docent Nederlands Humo lezen, meer voor de stijl dan voor de inhoud – wijlen Marc Mijlemans, pdw, RV – en ik ben dat jaren aan een stuk met veel genoegen blijven doen, en eerlijk, Het vlees is haar zal ook wel onbewust beïnvloed zijn door de schitterende schrijfstijl van die mannen. Maar als ik een mail stuur naar Humo met de vraag of ze een recensie-exemplaar willen, antwoorden ze niet eens. Ik ben qua bekendheid een derderangsschrijver en daarom ben ik, en met mij alle andere minder bekende auteurs, quantité negligeable. De zelfgenoegzaamheid van Humo, verpersoonlijkt in de figuur van Guy Mortier, van wie de houdbaarheidsdatum al een paar decennia is verstreken, is hemeltergend. Ik probeer als poëzierecensent van Knack minder bekende dichters te brengen en de hoofdredacteur geeft mij daarvoor verrassend vaak groen licht. Humo mikt op gewis succes en brengt alleen de superbekende namen. En dat noemt zich dan een vernieuwend blad… Komaan, niet zeveren hé. Desondanks heeft dat links georiënteerde en alom gelezen blad de verrechtsing in Vlaanderen niet kunnen tegenhouden, dus zo invloedrijk zal het – de media buiten beschouwing gelaten – wel niet zijn. Eigenlijk is Humo een soort Joepie of Story voor studenten en oudere jongeren. Euh, wat was de vraag ook alweer? Ik denk dat ik een beetje aan het uitweiden ben.'

Hitchcock
Vragen we hem tot slot dan maar hoeveel boeken Hoorne zo per jaar verslindt. 'Sinds ik schrijf voor een aantal bladen lees ik vooral in opdracht. Maar voor die bladen probeer ik dan ook de boeken te bespreken die ik zelf graag lees. Maar door tijdgebrek lees ik veel te weinig. Bovendien wil ik 's avonds ook wel eens zonder schuldgevoel voor de tv hangen. Weet je, ik kocht ongeveer twee jaar geleden twee Hitchcock-boxen, samen zowat vijftien films. Ik heb er daar tot nu toe drie van gezien. Soms kunnen boeken mij gestolen worden en wil ik, vooraleer ik zelf een blinde criticus word, eerst die Hitchcock-films zien.'


naar het proza van Philip Hoorne


[gepubliceerd: 8 maart 2008]
 
^    >