Meander * Eerder * Verhalen * Een fijn mens
 
Een fijn mens
Frederik Ducuroir

Ik stap in mijn auto en zet de radio loeihard aan. Jazz. Ik luister enkel en alleen en ltijd jazz. Sommigen leiden hieruit af dat ik een bekrompen idee heb van muziek, maar die sommigen zijn zelf bekrompen. Jazz s de meest ontvankelijke stijl ooit uitgevonden door de mens n bovendien ontembaar, heilig. En een mooi woord. Voor de zoveelste keer rij ik op de groteske tonen van Coltrane's Love Supreme naar die godverlaten plek die me zo doet smachten naar eenzaamheid. Naar zondige gewoonte, maar zonder spijt, ga ik er mijn getrouwe stickie roken. Die plek is wezenlijk god-ver-la-ten: het enige dat je hier kan zien is leegte, het enige dat je hier kan voelen is leegte. Maar dat deert me niet, want ik heb gezelschap. Dit samenzijn is dan wel vluchtig en snel verbruikt, maar wordt desondanks gretig geapprecieerd. En ja natrlijk vergoelijk ik mijn verslaving.
Ik geniet hard van de hier aanwezige eenzaamheid, zeker als ik onder invloed ben van dit groen product der natuur. Eindelijk ontspannen, alleen, geen lastposten, l'enfer c'est les autres, enkel met mijn gedachten. Geweldige plek is dit. Behalve ooit eens een geniepig koppeltje dat hier kwam rampetampen (ze waren bezig denk ik, maar ik heb ze al toeterend en heftig knipperend met mijn vier extra gemonteerde koplampen weggejaagd, want het is mijn plek) en daarnaast een ontheemde vierpoter, ben ik hier nog niemand of niets tegengekomen. Ik weet niet wat het doel is van deze plek. Overdag ben ik hier nog nooit geweest ik kom altijd 's nachts en ik ken de buurt slecht. Ik weet enkel hoe ik op mijn plek geraak en dat is genoeg. Ik wil helemaal niets mr weten van mijn plek. Ik wil niet weten dat hier overdag misschien wel een markt plaatsvindt of dat zich hier een jeugdbeweging met groepsspelletjes komt bezighouden. De gedachte alleen al verdringt de eenzaamheid van mijn plek. Nu ben ik tenminste alleen met mezelf en dat is wat telt, tot n en niet meer.
Mijn cigarette amliore rook ik steeds met veel zorg. Ik verhef de daad tot een klein geluk voor mezelf. Als een verdediging tegen de drift van het leven en een opening naar plezier met wiet als katalysator. En ik heb geluk. Wiet roken zou de gevoelens versterken. Dus ik heb geluk, want ik zit al in de rechtvaardigende fase. Kunstmatig gecreerd, op autodidactische wijze, prettig zelfbedrog. Ik heb geluk omdat ik het dan nog prettiger vind alleen te zijn. En zelfbedrog doe je alleen. Ng mr geluk dus.
Meestal doe ik er tien minuten over om mijn joint te nuttigen. Ik neem er mijn tijd voor. Ik trek diep, rustig en laat de rook optimaal mijn longen verkennen. Dan ben ik zeker voor een uur knetter. En dan speel ik met de sneltrein van gedachten die in een razende vaart door mijn hersenpan heen spoort. Net zoals een vader op zolder met de modeltrein aan zijn vierjarig zoontje geschonken onder het mom van een educatief cadeau. Gefascineerd en beducht voor bemoeizieke vingers, want een modeltrein dien je te respecteren. En als de trein eenmaal rijdt, hoeft er zich niemand als gezelschap aan te bieden. En directeur-generaal volstaat. Bovendien zit er niemand in een modeltrein: geen drukdoenerij, geen social talk, geen besmeurde toiletten, geen overvolle vuilnisbakjes, geen kwetterende tieners, geen praatzieke oude dametjes en mijn lijst is nog lang.
Meestal wordt het f te laat f ik ben te stoned en wil dan zo snel mogelijk naar mijn huis. En als het te laat wordt, rij ik ook naar mijn huis. Naar waar anders? Vandaag ben ik te stoned. Verdoofd, lamgeslagen, onbewust van alles wat er rondom mij gebeurt. Eigenlijk niet veel verschil met als ik niet stoned ben. Ik ben me sowieso onbewust van alles wat er rondom mij gebeurt. Kritisch. Ik ben kritisch. Ik ben autarkisch, selfmade. Een vette gans bedruipt zichzelf. En daarom ben ik selectief in alles wat ik doe. Eigenbelang. Een mens in hart en nieren. Dieren doen wat ze moeten doen. Mensen doen ofwel veel meer ofwel veel minder. En daarom hou ik veel van dieren. Maar ik laat ze wel met rust. En muggen klop ik dood als ze me storen. Dan laten zij mij tenminste met rust.
Eenmaal thuisgekomen ga ik zo snel mogelijk slapen. Slapen. Slapen doe je alleen. Dat vind ik er zo zalig aan. Spijtig dat ik steeds weer wakker word. Want dan begint het weer opnieuw.








[gepubliceerd: 26 februari 2006]
 
^