Meander * Eerder * Verhalen * Erwtjes
 
Erwtjes
Philip Hoorne

Hugo Hoffmann zat al ruim een kwartier in zijn neus te peuteren. Naast de gebruikelijk geelgroene materie die je wel eens in neusgaten aantreft, had hij er ook drie erwten, een capsule Imodium, het tweede deel van de dikke Komrij en de gebloemde bh van Lieve, zijn minnares, teruggevonden. Wat een geluk dat Marianne niet thuis was! Hij mocht er niet aan denken! Amai, er had wat gezwaaid! Het was ongetwijfeld zijn beste keer niet geweest! Ze had hem halfdood geslagen! Neen, vermoord had ze hem, want hoelang zocht ze al niet naar dat tweede deel van de Komrij? Hij veegde het boek schoon met zijn zakdoek en zette het op zijn plaats in de boekenkast.
Dat Imodium oraal ingenomen diende te worden wist hij inmiddels. Hij rook aan de bh van Lieve en probeerde zich die kinky vrijpartij te herinneren, maar het lukte hem niet. Misschien was er wel een verband met dat gebloemde slipje dat hij vorige week uit zijn oor had gepulkt. Enfin, who cares? In elk geval zou hij de bustehouder niet aan Lieve teruggeven. Mocht dit een lesje in ordentelijkheid wezen, hoe vaak had hij haar al niet gezegd dat ze beter op haar spulletjes moest passen. Trouwens, hij was een beetje kwaad op haar. De pijn aan zijn rectum, veroorzaakt door de gesp van haar muiltje, ging maar niet over. Dit keer vond hij het welletjes. Inpakken die handel en ziezo, zonder de minste moeite had hij een leuk geschenk voor Mariannes verjaardag volgende week, ha! Lieve en Marie hadden dezelfde maat yep, Hugo keek wel uit met wie hij aanpapte. Het leven is in wezen poepsimpel zolang je er maar met de juiste blik tegenaan kijkt.

Restten nog die drie erwten die hem uitermate intrigeerden. Hoe kwamen die in godsnaam in zijn neus terecht? Hij keek lang en indringend naar de gerimpelde bolletjes op tafel. Het moest in zijn slaap gebeurd zijn, dat kon niet anders. De mate van verrimpeling verried dat ze er al een tijdje zaten. Leek hem plausibel, want hij kon zich de tijd niet herinneren dat Marianne nog eens erwtjes had klaargemaakt. Eén van die drie erwten was bijna zo groot als de twee andere samen, en die ene grote had hij teruggevonden in zijn linkerneusgat en de twee kleinere in zijn rechter. Wie hem dit ook gelapt had, het was iemand met gevoel voor symmetrie. Ongetwijfeld een evenwichtig persoon, maar niet van de snuggerste, want iemand die het snode plan opvat om erwten in andermans neus te douwen en daarbij oog heeft voor gelijke verhoudingen, kiest voor een even aantal erwten, liefst van gelijke grootte. Dit bracht Hugo op een nieuwe denkpiste. De dader had de tijd niet gekregen om zijn erwten met zorg te selecteren, zowel naar aantal als naar vorm. Hier was sprake van een impulsieve daad. Of een vlaag van zinsverbijstering. Of ontoerekeningsvatbaarheid. Of een tekort aan erwten van gelijke grootte. Of een tekort aan erwten tout court.

Ineens wist hij het. Tijdens het invoeren van de erwten had iemand de dader op heterdaad betrapt. Dat hem dat nu pas te binnen schoot! Wie weet hoeveel erwten hij in zijn neus had gevonden indien de boosdoener ongestoord zijn gang had kunnen gaan. Wellicht had die schurk vervolgens ook zijn mond volgepropt waarna een langzame verstikkingsdood zou volgen. Hugo Hoffmann ontstak in een stille razernij. Hij zou niet rusten vooraleer hij die duivelse geest te pakken kreeg. Zijn hersenen draaiden op volle toeren. Een plan moest hij bedenken, een waterdicht plan om het hem gedane onrecht te wreken. Hij hoorde Marianne thuiskomen. Snel stopte hij de erwten in zijn navel. Dat leek hem voorlopig de meest geschikte plek om het bewijsmateriaal ongeschonden en buiten het bereik van potentiële verdachten te bewaren.


[gepubliceerd: 10 augustus 2006]
 
^