Meander * Eerder * Verhalen * Grijs is ook een kleur
 
Grijs is ook een kleur
Ben Huizinga

De vrouw ruikt naar tijgerbalsem terwijl ze langs me schuift. Ik ken haar niet, maar ze zegt dat ze hier is vanwege een brief die ik haar heb gestuurd.
'Hier,' zegt ze, 'kijk maar. Alles staat er in en dit is toch uw adres?'
Ze legt een scherpe nadruk op het woord 'is', maar laat me geen tijd over om alles goed te lezen. Ik kan me niet herinneren dat ik een brief heb geschreven, naar wie dan ook.
'Dus, waar moet ik beginnen?'
'Met wat?'
Haar ranke hals deint enigszins mee wanneer ze haar hoofd keert, als een schokdemper. Ik stel me al voor hoe dat in zijn werk moet gaan.
'De kamer, natuurlijk.'

*

Ze ziet er anders uit in dit licht. Eleganter. Een lok haar maakt een curve tot net onder haar kin, waardoor haar linkeroog geaccentueerd wordt, meer nog dan door de zwarte eyeliner.
'Houd je het nog vol?' vraagt ze.
'Wat?'
'Dat staren, dat piekeren over alles. Dat zou je eens moeten laten,' zegt ze, 'daar word je alleen maar droevig van.'
We zijn bij haar thuis, het licht is gedimd. Op de tafel staan twee glazen klaar, bestemd voor wijn, maar ernaast staat een grote fles cola. Ze zucht, staat op, schenkt de twee glazen tot twee centimeter onder de rand vol en reikt mij een glas aan. Beide glazen precies even vol.
'Hier, drink.'
Het klinkt meer als een bevel. Niet eens door de manier waarop het gezegd werd - haar lippen kwamen slechts even uit de strak gevormde streep om direct daarna weer hun balans te vinden - maar door haar schelle stem. Die slaat soms om, voegt ze er niet veel later aan toe. Ik forceer een glimlach en knik. Alles in deze kamer heeft dezelfde matte tint grijs, ik vraag me af waarom ze mensen in dit decor ontvangt. Het lijkt op een wachtruimte bij een crematorium, afgezien van het meubilair; alleen daar is sporadisch een kleur te ontdekken. Een zwart, een zacht rood, maar daar blijft het bij. De twee stoelen, de bank, ze staan geordend op een symmetrische wijze. Voor de bank staat een kleine salontafel, als decoratie staat er een witte vaas met kunstbloemen op.
'Moet je nog wat drinken?' vraagt ze. Ik schud mijn hoofd, maar ze schenkt toch in. Omdat ze niet alleen wilt drinken, zegt ze, dan voelt ze zich bekeken. Ik glimlach, vraag of ik mag roken. Ze staat op, haalt een asbak en geeft me een aansteker. Ook die is grijs. Ik inhaleer en niet veel later blaas ik de rook uit. De wolk verschijnt voor haar gezicht, ze devalueert tot een schim en ik trek haar bestaan in twijfel. De wereld als een troebele substantie, denk ik. Een troebele leugen. Wat niet scherp is, bestaat niet. Maar dat is meer een wens. De rook verdwijnt en zij verschijnt weer. Of ik misschien een andere richting op wil blazen.
'Sorry.'
Er is geen sprake van een gesprek. Het zijn wat losse woorden of gebaren waarop we antwoorden om vervolgens weer te vervallen in een toestand van stagnatie. Waar kunnen we ook over praten? Het weer misschien, maar ook dat is grijs. Weer bekijk ik de kamer. De gordijnen hangen gesloten tot net een centimeter boven de grond, alsof alles hier gemeten is, zoals bij het inschenken. Er staat een dressoir aan de rechterzijde van de kamer, waarop een manshoge spiegel leunt. Wit.
Ze staat weer op. Of we niet naar buiten kunnen, om te wandelen.
'Het is zo'n lekker weer.'

*

We lopen rustig langs paden die ik niet ken, passeren drie oude mannen op een bankje. Uit de woorden die ik oppik, kan ik opmaken dat ze praten over mensen uit hun naaste omgeving. Roddelen denk ik, door het harde gelach. Of misschien maken ze karakterschetsen van de mensen die voorbij lopen. Ik observeer graag, om te schrijven.
Alledrie dragen ze een grijs pak. Ze zitten op een grijze bank. De enige kleur hier is die van de natuur, begrensd door betonnen bakken. Ik vraag me af waarom ik in een rode blouse loop, met een wijd uitlopende spijkerbroek. Ik val uit de toon, denk ik.
Af en toe zegt ze wat, maar haar stem gaat langs me heen.
'Zullen we naar jouw huis gaan?'
Alleen dat hoor ik, weer dat schelle. Ik stem in en leid haar naar rechts. We wonen niet ver van elkaar.

In de kamer zegt ze geen woord meer. Ze staart alleen. De grond is bezaaid met versleten boeken en aan de muren hangen felgekleurde schilderijen. De gordijnen hangen scheef, net niet helemaal gesloten.
'Doe jij wel eens iets aan je kamer?' vraagt ze.
'Hoezo?'
Ze zwijgt weer. Misschien is het voor mij als gastheer de taak om het gesprek op gang te brengen, maar niets aan haar heeft mijn aandacht getrokken. Ze interesseert zich ook niet voor mijn schrijven. Dat vindt ze maar vaag, te onduidelijk, of zelfs vervelend, alsof het nergens naartoe gaat. Elk begin is moeilijk, bedenk ik me, maar een abrupt einde is nog moeilijker.
De telefoon gaat, ik excuseer me en neem op.
'Hallo?'
'Is ze daar?'
'Wie?'
'Ik wil haar spreken.'
Het is een mannenstem, enigszins krakerig.
'Wie bedoel je?'
'Geef me nou eens antwoord, is ze daar?'
Er valt een stilte. Over mijn schouder kijk ik naar haar. Ik weet niet eens meer hoe ze heet.
'Mijn dochter, is ze daar?'
Ik hang op met de boodschap dat hij vast verkeerd verbonden is. Zij zit nog steeds als een klein kind in de kamer te staren, vraagt me wie het was. Ik zeg: iemand die zijn dochter wilde spreken. Ze schrikt, stoot een beeld van Janus om vlak naast haar en loopt de deur uit. Ik besteed er verder geen aandacht aan, ze mocht van mij weg.
Buiten is alles grijs. Ook de nacht.

*

De vrouw heb ik niet meer gezien, de man belt nog regelmatig. Ik zeg dan dat ze hier zit. Hij begint te praten over haar, monotoon, zonder gevoel. In tegenstelling tot zijn eerste telefoontje. Het is een verdringen van de stilte. Hij zegt dat hij werkt in een kleine apotheek, zijn vrouw is schoonmaakster om bij te verdienen. Over de kwestie hoe hij mijn telefoonnummer weet, zwijgt hij. Met een zucht, het klinkt als een teleurstelling, alsof ik het allang zou moeten weten.
Er heeft hier een vrouw gewerkt, die spontaan op kwam dagen nadat ze een brief had ontvangen. Die had ik niet geschreven, maar ze zou bezig gaan met de kamer.
Gisteren heb ik haar ontslagen, ze maakte alles grijs.


[gepubliceerd: 21 september 2006]
 
^