Meander * Eerder * Verhalen * Eén dag
 
Eén dag
Naomi Engels

Met mijn ogen op een kier ging ik op ontdekkingsreis onder de dekens. Behalve een pak koekjes van een week geleden, een paar vuile sokken die ik nog nooit had gezien en een studieboek over de evolutietheorie van Darwin kwam ik niets bijzonders tegen. Eens in de zoveel tijd moet je eens onder je dekens voelen, want je weet nooit wat je tegenkomt. Zo trof ik vorige week een behaarde voet aan waarvan de nagels al maanden niet waren geknipt. Toen ik verder zocht vond ik ook nog een lichaam en een hoofd, maar toen ik dat zag, heb ik mijn expeditie gestaakt en ben maar gaan douchen. Waarom kunnen die kerels nooit weg zijn voordat ik wakker word?

Langzaam opende ik mijn ogen en probeerde de opkomende hoofdpijn met alle macht weg te denken. Degene die het zonlicht heeft uitgevonden, mogen ze van mij best tegen de muur zetten. Langs alle lege flessen, dozen, tassen, schoenen, kleerhangers en bevuilde borden baande ik mij een weg naar de keuken, want een goed ontbijt is immers de basis voor een nieuwe dag. Samen met een kop sterke koffie en een sigaret zei ik mijn huisgenoot Pien goedemorgen, die zo te zien in dezelfde zonlichthatende toestand verkeerde als ik. 'Gestapt gister?' vroeg ik, terwijl ik nog eens diep inhaleerde. 'Gestapt gister', antwoordde Pien. Pien en ik hebben nooit veel woorden nodig, dat hadden we in het begin al niet. Ik vraag, Pien antwoordt, antwoordt Pien niet, dan vraag ik het nog een keer, en weigert Pien dan alsnog om te antwoorden, dan gooi ik een bord naar d'r hoofd.

Ik liet mijn blik door de keuken gaan en bleef hangen bij een paar lichtgevende sportschoenen die ik tot op heden nog nooit had gezien. 'Nieuwe schoenen?' Pien schudde haar hoofd en wees naar de hal waar de douche zich bevond. 'Kimli'. Ik knikte en drukte mijn sigaret uit. Kimli was onze nieuwe huisgenote. Als deelnemer aan een uitwisselingsproject tussen Japan en Nederland was ze bij ons gedropt. Het schoolbestuur dacht namelijk dat wij haar wel leuk wegwijs zouden kunnen maken op school en in de stad. Het enige probleem was alleen dat Kimli zich niet liet zien. Het enige wat haar aanwezigheid verraadde, waren de slierten noodles in het gootsteenputje, felgekleurde schoenen in de keuken en knalroze Hello Kitty-parfum op de wastafel. Ik heb haar wel eens opgewacht na het douchen, maar ze bleef net zolang in de badkamer totdat ik wegging.

Tot mijn grote schrik zag ik dat de grote wijzer de half 9 naderde. Ik gooide mijn koffie in het met noodles besmeurde putje en baande me een weg terug richting mijn kamer. Tijdens deze tocht struikelde ik over Mini, onze oversized huiskat die bizar veel overeenkomsten vertoonde met een uitgekotste haarbal. Ze lag altijd op de meest onhandige plekken en genoot ervan om je op je gezicht te zien gaan. Alleen dan spinde ze, want van aaien hield ze niet.
Ik klopte de haren van mijn broek, pakte de plantenspuit, joeg de kat weg, liep terug naar mijn kamer, kleedde mij aan en besloot dat ik helemaal geen zin had in school. Vervolgens ontkleedde ik mij weer, struikelde wederom over de kat, zette koffie en liep naar Sjors' kamer om hem op vriendelijke wijze wakker te maken. Sjors was onze reeds afgestudeerde huishomo die tot noch toe geen werk had gevonden, of beter gezegd: tot noch toe geen werk had gezocht. Nadat hij zo'n vier maanden geleden zijn briefje had opgehaald, is hij op de bank geploft en er alleen in noodsituaties afgekomen. Onder noodsituaties verstaat Sjors plassen, eten, mannen, shoppen, stappen en seksen.

'Sjors?' vroeg ik zachtjes, terwijl ik mijn hoofd om de deur stak. Een mengsel van wierrook, oude was en pizzadozen vulde mijn neus. Ter bescherming pakte ik de wasknijper die standaard naast de deur was bevestigd. Degene die Sjors wakker moest maken had immers recht op een rem op de neus. In ruil voor deze ochtenddienst haalde hij de noodles uit het gootsteenputje.
'Ik heb er genoeg van! Neem de koffie weer mee en laat mij maar voor dood achter!' Sjors was een geboren dramaqueen. Toen zijn pas gemanicuurde nagels een scheurtje vertoonden, zwoor hij een week lang alle lichamelijke verzorging af en toen in het café zijn net ingeschonken whiskycola over de grond ging, wilde hij nooit meer uitgaan. Deze aanvallen duren gelukkig niet lang, maar wel lang genoeg om er aandacht aan te moeten besteden. 'Wat is er Sjors? Heeft er een wimper losgelaten?' vroeg ik enigszins spottend, terwijl ik bij hem op bed ging zitten. 'Een wimper? Een wimper? Waarom zou ik jammeren om een simpele wimper? Dit is een ernstige zaak, zo ernstig dat ik niet meer weet hoe ik verder moet!' antwoordde Sjors en hij trok de deken nog eens goed over zijn hoofd.

Ik liet mijn blik de kamer doorgaan, of liever gezegd het 'hol'. Alles kon hierin wonen: van huishomo tot Neanderthaler, de mogelijkheden waren eindeloos. Nergens was ook maar een beetje persoonlijkheid in de kamer aangebracht. De gigantische hoeveelheid kleding die Sjors bezat, lag in willekeurige stapels door de ruimte verspreid, maar of het schoon of vuil was kon je niet zien. 'Marco wil me niet meer zien', jammerde Sjors verder vanonder de deken. 'Hij vindt me een bankaardappel zonder stijl en hij is bang dat hij al een SOA oploopt als hij hier één voet over de drempel zet! En ik wilde nog wel een kind met hem…' Ik zuchtte eens diep, telde tot tien, maakte daar toen maar twintig van en begon met een poeslieve stem: 'Sjors, lieve Sjors… Ten eerste bén je een bankaardappel, ten tweede heb je wel stijl alleen ben je te lui om het toe te passen en ten derde mis je een baarmoeder! En aangezien het mij sterk lijkt dat Marco wel in het bezit is van zo'n natuurlijke baby-cocon, kun je dat kind voorlopig wel vergeten.' Het leek me verstandig om het naar SOA riekende hol even buiten beschouwing te laten. De deken bewoog een stukje omlaag en twee betraande ogen keken me bedroefd aan. 'Ik wilde het kind Tommy noemen…'. Na deze uitspraak vond ik zijn zelfmedelijden genoeg geweest. Ik trok de deken van 'm af, duwde 'm uit bed en zette mijn linkervoet op zijn hoofd. 'Drink je koffie, ga douchen en dan gaan we een plan bedenken om Marco terug te krijgen.' 'Ja, maar…', begon Sjors, al was een van mijn dodelijke blikken voldoende om hem op te laten staan, zijn afgezakte boxer op te trekken en hem langzaam richting douche te laten bewegen. Als Kimli zich nog in de badkamer bevond, zou ze vast via het raampje naar buiten klauteren, om vervolgens via de regenpijp omhoog te klimmen en zo ongezien weer in haar kamer te verdwijnen. Alles is denk ik geoorloofd in haar missie om zo anoniem mogelijk deze aardkloot te bewandelen.

Voor nu was ik even klaar met Sjors. Ik had hem gedwongen zich eens fatsoenlijk te wassen, te scheren en al die andere dingen die mannen doen onder de douche, door de badkamerdeur van buitenaf op slot te doen. Nu moest ik bij mijzelf maar eens wat orde in de chaos gaan scheppen. Ik wierp een blik in mijn kamer en de moed zonk me meteen in mijn schoenen. Heel veel oud papier zorgde ervoor dat ik niet meer wist wat de kleur van mijn tapijt was, en de gordijnen waren al zolang niet meer open geweest dat ik al haast begon te vergeten hoe de overkant van de straat eruitzag. Een ding was wel prettig aan de troepzooi in mijn kamer: ik kon alles vinden wat ik nodig had. Ik wist precies onder welke pizzadoos welk paar sokken lag en ook kon ik de colaflessen met en zonder prik nog feilloos onderscheiden. Als ik het allemaal zou opruimen zou ik alles kwijt zijn. Pien kwam geruisloos naast me staan en volgde mijn gepeinsde blik. 'Jij had toch een hamster?', vroeg ze en slofte zonder op het antwoord te wachten terug naar haar kamer. Hammie! Oh shit, die was ik helemaal vergeten! Hoe lang moest dat arme beestje al wel niet zonder eten en drinken zitten, om maar even niet aan het scenario te denken dat die pokkekat Hammie met huid en haar had verslonden.
Als een gek begon ik me in de richting van zijn kooi te bewegen. Na een paar flessen, kleren en schoenen opzij gegooid te hebben zag ik zijn hokje. Een naar en misselijk gevoel kroop vanuit mijn tenen omhoog, want daar lag hij. Uitgemergeld en morsdood in zijn radje. Het arme beestje had zich letterlijk dood gerend, waarschijnlijk in de waan dat aan het eind van de weg wel wat drinken en eten op hem stond te wachten. Een beetje witjes bleef ik naar Hammie staren en veegde een traan weg. Het was toch wel heel erg confronterend dat dat onschuldige schepseltje onder mijn verantwoordelijkheid gestorven was. Ik had voor hem moeten zorgen en hem niet moeten laten creperen in zijn eigen wc. Hammie moest en zou een waardige begrafenis krijgen, dat was wel het laatste wat ik kon doen. Sjors en zijn prelife-crisis moesten maar tot morgen wachten.

Ik kleedde me aan, smeerde wat mascara op mijn wimpers en riep tegen Sjors dat hij zijn teennagels moest gaan knippen. Daarna snelde ik het huis uit en ging op zoek naar een comfortabele grafkist voor Hammie. Na een paar winkels te hebben gehad en alleen maar dozen te hebben gevonden waar twintig dode pluizenbolletjes in pasten, vond ik het mooi geweest. Bij de supermarkt kocht ik een eenpersoonsbak ijs, een set plastic lepels en ik liep al etend terug naar huis. Thuis spoelde ik de ijsbak om en liep naar boven. 'Pien?' zei ik tegen haar gesloten deur. 'Wil je ook op Hammie's begrafenis komen?' Er kwam geen antwoord, maar ik had geen zin om mezelf te herhalen of om met borden te moeten gooien en liep maar verder. Tot mijn verbazing stond er een kistje voor mijn deur, ingelegd met rood fluweel en bekleed met blauwgebloemde satijnen stof. Er zat een briefje bij, duidelijk afkomstig van Kimli, maar aangezien ik geen Japans begrijp, stopte ik het maar in mijn zak. In mijn kamer legde ik het levenloze lichaampje in het kistje en gooide er wat hamstersnoepjes bij. 'Nu hoef je nooit meer honger te hebben, Hammie.' Waar ik mijn gesneuvelde huisdier wilde begraven wist ik nog niet en dus zette ik het grafkistje zolang op de tv.
Door de dood van Hammie werden mij een paar zaken duidelijk, want zo kon het niet langer. Ik besloot een lijstje op te stellen met dingen die ik nu en in het vervolg ging doen.
1. Een nieuwe hamster kopen, zodat ik aan een van Hammie's broertjes of zusjes wel een goed leven kon geven.
2. Deze zwijnenstal uitmesten en zorgen dat die uitgemest bleef.
3. Japans gaan leren, anders kon ik Kimli immers niet bedanken voor de prachtige grafkist die ze had gegeven.
4. Pien alsnog een bord naar haar hoofd gooien, want van mijn huisgenoten eis ik respect voor mijn hamsters.

Bizar genoeg was de tijd voorbijgevlogen en liep het al tegen de avond. Mijn lijstje liet ik op mijn bureau liggen, evenals het kistje op de tv. Het enige dat ik vandaag nog kon volbrengen, was Pien bekogelen met een bord en dat vond ik dan ook een mooie uitsmijter van de dag. De rest zou morgen komen en ik zou opstaan als een nieuwe ik. Een nieuwe verzorgende, verantwoordelijke, georganiseerde en Japans lerende ik.


[gepubliceerd: 20 september 2008]
 
^