Meander * Eerder * Wereldpoëzie * William Carlos Williams
 
William Carlos Williams (1883-1963)
Iets anders dan Hollands 'vomitisme'
door Sander de Vaan

In november verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff de bundel Even dit van de Amerikaanse dichter en Pulitzerprijswinnaar William Carlos Williams (1883-1963). Lees hier alvast zes gedichten van Williams en een interview dat Sander de Vaan had met de dichter Huub Beurskens, samensteller en vertaler van deze tweetalige uitgave.


William Carlos Williams
(Photograph by Charles Sheeler;
courtesy of William Eric Williams
and New Directions Publishing)
Huub Beurskens, hoe zou je William Carlos Williams omschrijven?
Het feit dat Williams gedurende zijn werkzame leven kinderarts is geweest, ben ik gaandeweg als een zeer belangrijk aspect van zijn persoon (ook als dichter) gaan beschouwen. Het lijkt me een beroep te zijn geweest dat wonderwel paste bij zijn behoefte om met beide voeten op de grond te blijven en de dingen om ons heen in hun wonderbaarlijke alledaagsheid met alledaagse woorden en spreekritmen aan te duiden.
Voorts zie ik Williams altijd naast Ezra Pound, die in bijna alle opzichten als zijn tegenpool kan gelden. Even, ten tijde van het zogenaamde Imagisme, leken ze een levenslang gezamenlijk uitgangspunt te hebben gevonden. Toen bleek algauw dat het imagisme voor Pound slechts een van de vele exercitiemogelijkheden was. Pound was werelds, excentriek, hij wilde de complete wereldcultuur zijn teksten binnenslepen, terwijl Williams juist op zoek was naar de typisch Amerikaanse volksstem, zou je kunnen zeggen.
Williams ontwikkelde zelfs een principiële afkeer van 'literaire' literatuur, d.w.z. van literatuur die opzichtig dreef op andere teksten, intertekstualiteit dus. Aan T.S. Eliot had hij de schurft.
Opmerkelijk genoeg is Williams altijd sympathie blijven koesteren voor de persoon Pound, ook na diens fascistische radiopraatjes in Rapallo, zijn Amerikaanse gevangenschap als gevolg daarvan en tijdens diens tijdelijke opsluiting in een gesticht. Dat kwam volgens mij omdat hij Pound persoonlijk kende en hem veeleer als persoon zag dan als dichter of politiek waarhoofdig oproerkraaier. Die trouw kenmerkt voor mij ook de persoon Williams.
Verder moet niet worden vergeten dat ook Williams decennia lang heeft gewerkt aan één groot poëzieproject dat eigenlijk een hele wereld zou moeten omvatten, 'Patterson', zoals Pound tot het einde van zijn leven aan zijn 'Cantos' werkte. Maar de toon en de inhoud van beide projecten waren dan weer totaal verschillend. Williams was wars van het etaleren van eruditie.

Je bent al langer geïntrigeerd door Williams' werk. Wat trekt je zo aan in zijn teksten?
Ik vermoed dat Williams mijn eigen gedichten niet zo zou hebben gewaardeerd: te complex, te vaak impliciet doorverwijzend, enzovoort. Het 'too much' is voor mijn eigen poëzie een gevaar dat altijd op de loer ligt. Ik laat me dus graag beïnvloeden door poëzie met een tegengesteld karakter. Maar dat moet dan natuurlijk wel poëzie van waarde zijn. 'No ideas but in things' een adagium van Williams dat ik geheel en al onderschrijf.
Ik hou van zijn manier van observeren, van zijn oog voor het opmerkelijke van het onopvallende. De medemenselijkheid en het mededogen in zijn gedichten over personen en andere levende wezens, zonder ooit moraliserend of prekerig te worden. En belangrijk is ook de wijze waarop hij zijn gedichten ritmisch maakt, zowel qua grafisch beeld op de pagina als qua klank. Zijn regels worden sterk bepaald door de ademhaling tijdens het lezen of spreken ervan. Let maar eens op zijn enjambementen: bijna stuk voor stuk zijn het zonden tegen de regels van de klassieke verskunst. Maar ze bewerkstelligen tegelijkertijd een openheid van het gedicht als een voortdurend doorlopen ervan.

Hoe belangrijk is zijn poëzie voor de contemporaine Amerikaanse poëzie geweest?
De 'ademhaling' en de thematiek of onderwerpkeuze van de poëzie van Williams hebben grote invloed gehad op onder meer Charles Olson, Robert Creeley (de zogenaamde Black Mountain Poets) en Allen Ginsberg, van wie de poëzie dan weer doorwerkt in die van hedendaagse dichters.

Toch is Williams in ons taalgebied nog altijd betrekkelijk onbekend. Waar ligt dat aan?
De enige bij mijn weten die serieus in de weer is geweest met Williams is J. Bernlef. Hij heeft ooit een aantal gedichten vertaald. Dat past natuurlijk bij Bernlefs oog voor de alledaagse dingen om ons heen. Maar toen ik hem ooit vroeg om, ik meen voor De Gids, nog wat meer te vertalen, liet hij me weten voor de meeste andere Williamsgedichten toch niet zo'n waardering en belangstelling te hebben.
Maar Bernlef behoort tevens tot de weinigen in Nederland die zich gedurende hun hele dichtersleven bezig hebben gehouden en nog houden met poëzie uit het buitenland en met het vertalen en verwerken ervan. Het Nederlandse poëziewereldje is nogal op zichzelf gericht en gesteld. De meeste critici hebben kennelijk weinig ander vergelijkingsmateriaal ter beschikking dan dat van de Nederlandse poëzie, alsof ze niet eens op het idee kunnen komen dat een dichter wel eens meer invloed zou kunnen ondergaan van niet-Nederlandse dichters. Je ziet dan ook dat in Nederland menig dichter denkt het wiel uit te vinden waar in het buitenland allang een hele poëtica op wielen voorbij is gedenderd of de nodige spaken in hetzelfde wiel zijn gestoken.
Het naïeve geloof jezelf te moeten en kunnen uitdrukken en dat liefst middels woordkramerij: dat zie ik als vigerende tendens in Nederland. Het Hollandse 'vomitisme'. Het lijkt graag vol en breed en groots, maar op de keper beschouwd is het behoorlijk dun en armzalig particulier. Bij bepaalde dichters heb ik het gevoel dat ze me willen onderkotsen en daarvoor ook nog applaus verwachten. Van tijd tot tijd duikt er in Nederland dan ook weer een tegenbeweging op die de eenvoud en de kaalslag propageert. Maar meestentijds is zo'n beweging in de kern ironisch (zoals destijds bij De Nieuwe Stijl) of crypto-calvinistisch puriteins.
William Carlos Williams is noch ironisch, noch puriteins, noch particulier terwijl hij tegelijkertijd wel persoonlijk en warm is, maar dat nooit met de bedoeling zichzelf in het centrum te plaatsen, integendeel. Hij is evenmin minimalistisch. Tegenover gedichten van slechts enkele woorden staan evenveel of misschien zelfs meer echt lange gedichten.


Huub Beurskens
Foto: (c) Elke van Gelder
Heb je te maken gehad met vertaalproblemen?
Elk soort goede poëzie levert zo haar eigen vertaalproblemen op. De eenvoud van Williams is nog niet zo eenvoudig voor een vertaler. Gelukkig heb ik feedback gehad van een ervaren, in de Verenigde Staten wonende vertaalster die momenteel aan vertalingen van gedichten van mijzelf in het Engels werkt. Er is soms ook een beetje durf voor nodig om niet te letterlijk te vertalen. 'This Is Just To Say' is de titel van een van de beroemdste korte gedichten van Williams, dat over de pruimen uit de koelkast. Die titel werd bij mij 'Even dit' en dat is meteen ook de titel van de bloemlezing geworden. Ik denk dat het Williams zou hebben bevallen.
Overigens wordt de selectie tweetalig uitgegeven, zodat mijn teksten veeleer als mogelijke lezingen kunnen worden gezien dan als definitief aandoende vertalingen. Voor mij is een vertaling vooral een leesvoorstel voor het origineel.

Welk gedicht uit de bundel heeft de meeste indruk op je gemaakt?
Er is niet een bepaald gedicht dat er voor mij uitspringt. Eerder is het zo dat bepaalde beelden, ja, vooral beelden, uit die poëzie telkens weer tevoorschijn komen, een deel van mijn wereldbeeld zijn geworden, zoals dat van een glimmende kruiwagen in de regen, de koele zoetheid van pruimen uit de koelkast, een hoertje dat voorop gaat op een trap.

Waarom beveel je deze bundel aan bij het Nederlandstalige publiek?
Onder meer om redenen die ik hier al eerder impliciet aanvoerde. En weet je wat ik bovenal fantastisch aan deze poëzie vind? Dat iemand die niets van poëzie, niet van poëtica's en literatuurgeschiedenissen weet deze gedichten net zo goed kan lezen en ervan kan genieten als iemand die literair deskundig is. In mijn toelichtend nawoord betrap ik me er op een gegeven moment op dat ik over iets zo eenvoudigs toch weer ingewikkeld aan het doen ben. Niet dat ik denk dat ik onzin verkoop, maar terecht tik ik me daarvoor dan toch even op de vingers. De theorie mag en kan het nooit winnen van de poëzie van het leven. Dat is Williams.

William Carlos Williams - Even dit.
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam
Gebonden; 176 blz; 22,50
ISBN 9029074590

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van William Carlos Williams


[gepubliceerd: 14 september 2006]
 
^    >