Meander * Eerder * Wereldpoëzie * William Carlos Williams
 
William Carlos Williams



Even dit

Ik heb
de pruimen
uit de koelkast
opgegeten

die je
vast had
willen bewaren
voor het ontbijt

Het spijt me
ze waren heerlijk
zo zoet
en zo koud

*

This Is Just to Say

I have eaten
the plums
that were in
the icebox

and which
you were probably
saving
for breakfast

Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold




De laatste woorden van mijn Engelse grootmoeder

Er stonden een paar vuile borden
en een glas melk
naast haar op een tafeltje
bij het zurige, slordige bed –

Gerimpeld en vrijwel blind
lag ze te snurken
schrok wakker om met kwade stem
iets te eten te willen,

Geef me wat te eten –
Ze hongeren me uit –
Ik voel me prima ik ga niet
naar het ziekenhuis. Nee, nee, nee

Geef me iets te eten!
Kom, ik breng je
naar het ziekenhuis, zei ik,
en als je weer beter bent

kun je doen wat je wilt.
Ze glimlachte, Ja
eerst kun jij doen wat je wilt
dan mag ik doen wat ik wil –

Au, au, au! schreeuwde ze
toen de ziekenbroeders haar
op de brancard tilden
Noemen jullie dat

het iemand naar de zin maken?
Heel helder was ze toen.
Och, jullie denken knap te zijn,
jullie jongelui,

zei ze, maar ik zeg je
helemaal niks weten jullie.
Toen vertrokken we.
Onderweg

kwamen we langs een lange rij
iepen. Ze keek er even naar
door het raampje
van de ambulance en zei,

Wat zijn dat daar
voor wazig uitziende dingen?
Bomen? Nou, die ben ik zat
en draaide haar hoofd weg.

*

The Last Words of My English Grandmother

There were some dirty plates
and a glass of milk
beside her on a small table
near the rank, disheveled bed –

Wrinkled and nearly blind
she lay and snored
rousing with anger in her tones
to cry for food,

Gimme something to eat –
They’re starving me –
I’m all right – I won’t go
to the hospital. No, no, no

Give me something to eat!
Let me take you
to the hospital, I said
and after you are well

you can do as you please.
She smiled, Yes
you do what you please first
then I can do what I please –

Oh, oh, oh! she cried
as the ambulance men lifted
her to the stretcher –
Is this what you call

making me comfortable?
By now her mind was clear –
Oh you think you’re smart
you young people,

she said, but I’ll tell you
you don’t know anything.
Then we started.
On the way

we passed al long row
of elms. She looked at them
awhile out of
the ambulance window and said,

What are all those
fuzzy-looking things out there?
Trees? Well, I’m tired
of them and rolled her head away.




De handeling

Daar stonden de rozen, in de regen.
Snij ze toch niet af, vroeg ik.
                     Ze blijven niet, zei ze.
Maar ze zijn zo mooi
                     waar ze zijn.
Ach, mooi waren we allemaal eens,
                     zei ze
en sneed ze af en gaf ze me
                     in de hand.

*

The Act

There were the roses, in the rain.
Don’t cut them, I pleaded.
                      They won’t last, she said.
But they’re so beautiful
                      where they are.
Agh, we were all beautiful once, she
                      said,
and cut them and gave them to me
                      in my hand.




De jungle

Niet het stille gewicht
van de bomen, het
bladstille binnenste van het woud,
vervlochten met vuistdikke

lianen, niet de vliegen, reptielen,
de eeuwig verschrikte apen
krijsend en rennend
over de takken –

                                      maar
een meisje dat wacht
schuchter, bruin, met zachte ogen –
om je mee te nemen
                       De trap op, meneer.

*

The Jungle

It is not the still weight
of the trees, the
breathless interior of the wood,
tangled with wrist-thick

vines, the flies, reptiles,
the forever fearful monkeys
screaming and running
in the branches –

                                      but
a girl waiting
shy, brown, soft-eyed –
to guide you
                       Upstairs, sir.




Traktaat

Ik wil jullie, beste stadgenoten, leren
hoe je een begrafenis moet regelen –
want dat kunnen jullie beter dan een troep
fratsenmakers –
tenzij je de hele wereld uitkamt –
jullie hebben er het nodige grondbegrip voor.


Kijk! de lijkwagen komt eerst.
Ik begin met de aanpak van een lijkwagen.
In godsnaam niet zwart –
ook niet wit – en niet opgepoetst!
Laat hem verweerd zijn – als een boerenkar –
met vergulde wielen (voor een habbekrats
is zoiets te regelen)
of met helemaal geen wielen:
een grove slee om over de grond te slepen.

Sla het glas eruit!
Goeie god – glas, stadgenoten!
Waarvoor? Moet de dode erdoor
naar buiten kijken of moeten wij
zien hoe mooi hij erbij ligt of hoeveel
bloemen hij al dan niet heeft –
of wat?
Om hem niet nat te laten regenen of sneeuwen?
Hij zal ras zwaardere buien te verduren hebben:
kiezelstenen en modder en weet ik veel.
Geen glas dus –
en geen stoffering, get!
en geen koperen rolletjes
en praktische wieltjes onder de bodem –
beste stadgenoten wat denken jullie wel?

Een grove platte wagen dus
met vergulde wielen en verder niks erop of eraan.
Daarop ligt de kist
gewoon met zijn gewicht.

                                    Geen kransen alsjeblieft –
en al helemaal geen kasbloemen.
Een simpel aandenken is beter,
iets wat hij waardeerde en dat hem typeerde:
zijn oude kleren – een paar boeken misschien –
God mag het weten! Jullie begrijpen
hoe we over deze dingen denken
beste stadgenoten –
jullie vinden vast iets – geeft niet wat
desnoods bloemen als hij daarmee wegliep.
Tot zover de lijkwagen.

Maar in hemelsnaam, moet je de koetsier zien!
Pak hem zijn zijden hoed af! Eigenlijk
heeft hij daar helemaal niets te zoeken –
daarboven zonder plichtplegingen
onze vriend wegslepend voor de eigen sier!
Eraf met hem – eraf met hem!
Nederig en onopvallend! Ik zou hem
überhaupt niet op de wagen laten – hij kan me wat –
die kruier van de uitvaartonderneming!
Hij moet de leidsels vasthouden
en ernaast lopen
en onopvallend, zoals het hoort!

Dan even over jullie zelf:
Loop erachteraan – net als in Frankrijk,
zevende klas, of als je toch wilt rijden
naar de verdommenis met de gordijntjes! Beweeg je met enig vertoon
van ongerief; onverholen –
zowel vanwege het weer als het verdriet.
Of denken jullie dat je verdriet binnen kunt houden?
Hè – voor ons? Wij die misschien niets
te verliezen hebben? Deel met ons
deel met ons – je zult er garen
bij spinnen.
                               Vooruit
ik denk dat jullie het kunnen.

*

Tract

I will teach you my townspeople
how to perform a funeral –
for you have it over a troop
of artists –
unless one should scour the world –
you have the ground sense necessary.

See! the hearse leads.
I begin with a design for a hearse.
For Christ’s sake not black –
nor white either – and not polished!
Let it be weathered — like a farm wagon –
with gilt wheels (this could be
applied fresh at small expense)
or no wheels at all:
a rough dray to drag over the ground.

Knock the glass out!
My God – glass, my townspeople!
For what purpose? Is it for the dead
to look out or for us to see
the flowers or the lack of them –
or what?
To keep the rain and snow from him?
He will have a heavier rain soon:
pebbles and dirt and what not.
Let there be no glass –
and no upholstery, phew!
and no little brass rollers
and small easy wheels on the bottom –
my townspeople what are you thinking of?

A rough plain hearse then
with gilt wheels and no top at all.
On this the coffin lies
by its own weight.

                                    No wreaths please –
especially no hot house flowers.
Some common memento is better,
something he prized and is known by:
his old clothes – a few books perhaps –
God knows what! You realize
how we are about these things
my townspeople –
something will be found – anything
even flowers if he had come to that.
So much for the hearse.

For heaven’s sake though see to the driver!
Take off the silk hat! In fact
that’s no place at all for him –
up there unceremoniously
dragging our friend out to his own dignity!
Bring him down – bring him down!
Low and inconspicuous! I’d not hae him ride
on the wagon at all – damn him –
the undertaker’s understrapper!
Let him hold the reins
and walk at the side
an inconspicuously too!

Then briefly as to yourselves:
Walk behind – as they do in France,
seventh class, or if you ride
Hell take curtains! Go with some show
of inconvenience; sit openly –
to the weather as to grief.
Or do you think you can shut grief in?
What – from us? We who have perhaps
nothing to lose? Share with us
share with us – it will be money
in your pockets.
                               Go now
I think you are ready.




Het grote cijfer

Tussen regen
en lichten
zag ik het cijfer 5
in goud
op een rode
brandweerwagen
die reed
onverstoorbaar
onopgemerkt
met bellengerinkel
sirenengehuil
en wielengedender
door de donkere stad.

*

The Great Figure

Among the rain
and lights
I saw the figure 5
in gold
on a red
firetruck
moving
tense
unheeded
to gong clangs
siren howls
and wheels rumbling
through the dark city.




 
<    ^    deze tekst printen